Met olijfolie op reis

Posted on 09/10/2011 by Stavros Topaltzikis There have been 0 comments

Nederlanders kopen een fles olijfolie in de supermarkt en gebruiken daarvan een scheutje door de salade of om hun vlees in te bakken. Grieken pakken dat heel anders aan, daar meten ze niet twee eetlepels af voor een gerecht maar staat de schenkkan altijd paraat naast het fornuis. Ook over de salade gaat een royale hoeveelheid. De consumptie per jaar, per gezin is hoog, duizelingwekkend hoog. De eerste keer dat ik bij de familie van mijn lief kwam verbaasde ik me over de vaten en jerrycans die in de voorraadkamer stonden. Het leek genoeg voor de rest van mijn leven maar volgens mijn schoonvader was dit ongeveer wat de familie nodig had tot de volgende oogst. Ik schatte ruw het aantal liters dat er om me heen stond en berekende hardop dat dit een kapitaal kostte in Nederland. Dat zou me nog duur komen te staan.

Sindsdien kon ik niet vanaf Kreta vertrekken zonder minimaal een paar jerrycans olie mee te sjouwen. Nu klinkt het alsof ik dat vervelend vond maar het tegendeel is waar; ik vond het geweldig.

Thuis trakteerde ik familie en vrienden gul op flessen van de zuivere kwaliteit olijfolie van eigen boomgaard. Ze vonden gretig aftrek, geen wonder want zo groen en geurig kende men nog niet. Het ging in die beginjaren ook zo makkelijk; mijn lief smoesde wat met de dames bij de incheckbalie, die allemaal bekenden waren, familie van familie van familie, en daar vertrok ik met tachtig kilo bagage. Naast olijfolie, had ik ook nog een fiks aantal flessen rakí bij me (hoe kom je anders die koude, ellendige winter door?), flessen wijn, harde geitenkaas en dozen báklava. Met dat soort zaken kom je niet ver met twintig kilo bagage.

Ik genoot, ik had altijd een stukje Kreta onder handbereik en maakte daar gretig en met veel smaak gebruik van. Maar de tijden veranderden; ook in Griekenland werden de controles op handbagage steeds strenger en het gesmoes bij de incheckbalie werkte niet meer zo soepel. Tot die keer dat we met pijn in ons hart de jerrycans met olie weer mee terug moesten geven aan de familie die ons kwam uitzwaaien. Het gezicht van mijn lief op dat moment vergeet ik nooit meer, hij keek alsof het onbestaanbaar was om maanden in Nederland door te brengen zonder Kretenzer olie. Simpelweg  niet om door te komen!

Tussendoor ging hij een keer alleen naar huis en vertelde me opgewonden aan de telefoon dat hij al zijn dunne kleren daar liet en in plaats daarvan een paar jerrycans olie mee zou nemen. Hij had twee koffers bij zich, dure, leren koffers, die op de heenreis gevuld waren met cadeautjes (geen Griek komt ooit met lege handen). Op de terugreis zou er dus olijfolie in zitten….

Een piepklein gaatje, niet meer dan een piepklein, voor het blote oog onzichtbaar gaatje, was er nodig om een van de koffers en de rest van de inhoud ervan, voorgoed te verpesten. Onder invloed van de druk in het bagageruim was er onvoorstelbaar veel olie uitgelekt. Dat kreeg je er van zijn levensdagen niet meer uit.

Dat was de allerlaatste keer dat er olijfolie mee op reis ging. Geen geurig straaltje vloeibaar goud meer dat onze salades verrijkt en geen eigen stukje Kreta in mijn Nederlandse keuken. Ook onze vrienden betreuren het dat we ze niet meer gul kunnen laten delen in de oogst van het Griekse land.

We zouden ons er bij neer kunnen leggen en alleen nog genieten van echt Griekse olijfolie als we in het land zelf zijn, maar er is nog een andere mogelijkheid.

Stavros G. Topaltzikis importeert al jaren olijfolie naar Nederland. Olie geperst van olijven uit zorgvuldig geselecteerde olijfboomgaarden op Kreta, er is zelfs een biologische variant. Tot mijn grote genoegen staat er nu weer een jerrycan in de schuur waaruit ik de schenkkan op de aanrecht regelmatig bijvul. Als de olie traag door de trechter loopt ruikt mijn keuken weer – even- naar thuis.

© Rona Lichtenberg - meer informatie


This post was posted in GastOlijfjes

Opmerkingen